
In gitaar zijn er verschillende termen die je moet kennen om alles beter te begrijpen. Hier onder vind je een opsomming van alle belangrijke termen:
Action
De hoogte van de snaren boven de frets.
- Lage action = makkelijker spelen, minder kracht nodig
- Hoge action = moeilijker, maar minder kans op buzz geluid
Tuning
De manier waarop de snaren zijn gestemd.
de meest gebruikte tuning is standard tuning: E A D G B E
Fret
De metalen streepjes op de hals.
Je drukt de snaar achter een fret in om een toon te maken.
Neck
De hals van de gitaar waar je de noten speelt.
Body
Het grote houten deel van de gitaar.
Dit bepaalt veel van het geluid (volume en klank).
Pickup
Bij elektrische gitaren:
Een onderdeel dat het snaargeluid omzet naar elektrisch signaal.
Amp (Amplifier)
Een versterker die het geluid luider maakt.
Scale length
De lengte van de snaar tussen brug en topkam.
beïnvloedt gevoel en spanning van snaren
Tone
De klankkleur van de gitaar (warm, scherp, helder, etc.).
Pick / Plectrum
Een klein stukje plastic waarmee je snaren aanslaat.
Fingerpicking
Speelstijl waarbij je met je vingers tokkelt in plaats van een plectrum.
Strumming
Het slaan over alle snaren tegelijk met een plectrum of hand.
Tuning pegs
De draaiers op de kop van de gitaar om te stemmen.
Intonation
Of de gitaar zuiver klinkt over de hele hals.
Zelfs als open snaar goed is, kan slechte intonatie hogerop vals klinken.
Capo
Een klem op de hals die alle snaren indrukt.
verandert de toonhoogte zonder andere grepen te leren